Woede

it’s not the large things that
send a man to the
madhouse. death he’s ready for, or
murder, incest, robbery, fire, flood…
no, it’s the continuing series of small tragedies
that send a man to the
madhouse

– The shoelace, Charles Bukowski –

Met een sleutel een kras trekken over de flank van een Mercedes taxi die je van de weg drukte. De postbesteller die in jouw kinderrijke buurt te hard reed uitdagen om uit te stappen. Om dat gevaarlijke gedrag uit zijn botte hersenen te rammen. Een broodje hamburger  uitsmeren over de etalageruit van een Utrechtse snackbar. Want binnen in de zaak bungelde je kort daarvoor nog met twee voeten boven de grond, omdat je met de vieze uitbater een verschil van mening hebt over de hygiene rond je bestelling. Buiten roep je: ‘Kom op dan, dikke vetklep, kom me dan halen, als je kunt. Lul!’ En dat dan keurig in pak, met aktentas, op een vol Vredenburg.

Dat is allemaal lang geleden. Maar een paar weken terug stond ik midden op een pad door twee weilanden, met een hand brutaal vastgeklemd om de boord van de jas van de man die mij idioot noemde.

Het leven van sommige mensen wordt gedicteerd door angsten. Angsten voor vanalles en nog wat. Bij anderen staat het leven in het teken van zorgen. Bij mij niet. Niets van dit alles. ‘Die boosheid van jouw, dat is best wel een ding,’ zei een goede vriend laatst tegen mij, nadat ik hem vertelde van de recente schermutseling op het pad. Mijn vriend heeft gelijk. Woede is bij mij een terugkerend ding.

Ik weet niet of dit voorbeeld nou zo illustratief is voor mijn boosheid. Het was meer een gecontroleerd experiment. Een wandelaar met een hond schrok toen ik hem op de fiets – royaal – inhaalde. Niets aan de hand, tot hij mij, zoals oudere mannen met manieren dat kunnen, meende mij de les te moeten lezen. Hij eindigde met ‘idioot.’ Ik besloot de rol van agressor op met te nemen en keerde om. Wat volgde was geen fraai voorbeeld van wat wijlen Van der Laan ‘een beetje lief zijn voor elkaar’ noemde. Maar vooruit. Ik kijk er niet helemaal ontevreden op terug. Vooral omdat ik dit keer in control was: ik had de woede aan het lijntje. Een beetje dan.

En dat is niet altijd zo. Voor de lezers die zich nu zorgen om me maken, of misschien bang worden: wees gerust. Net als de angsthaas en het zorgelijke type is ook de booswicht meestal het slachtoffer van van zichzelf. En zo kon het gebeuren dat een verzameling lichtexplosieve momentjes zich in één weekend aaneenregen tot een waar bommentapijt. Je rijdt voor de derde keer in een week lek. Dan kom je met je lekke band, een volle tas boodschappen, honger en een niet zo best humeur thuis, staat de keukenvloer blank. De afvoer van de gootsteen lekte. En alsof het nog niet genoeg is, blijkt er bij een check op je financiën ook daar nog een lek te zitten. Je betaalt al maanden voor een dienst waarvoor je had moeten opzeggen.

Ooit brak ik een bot van mijn linkerhand na een dramatisch telefonisch gesprek met een helpdeskmedewerkster van mijn computerleverancier. Het is een lang verhaal. Ik was boos, heel boos, laten we het daar op houden. Laatst sprak ik iemand die het zelfde bot bij een vergelijkbaar incident had gebroken. Ook hij koelde zijn woede op dat wat er net voor handen is. Dat schept een band.

Na afloop lach je erom. Tuurlijk. Maar zit er maar eens middenin. Living hell. Er zijn trainingen voor, om er heel mindful mee om te gaan. Het zal wel. Het heeft iets dierlijks, die heftige reactie op ogenschijnlijke trivialiteiten. Een Boeddhistische manier van reageren zit er denk ik niet meer in. Niet in dit leven. Maar misschien betekent het ook dat je met de serieuze zaken des levens – zoals Bukowski in zijn gedicht The shoelace stelt – wel goed overweg kunt? Het zou maar zo kunnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *