Paadje

Achter mijn huis loopt een pad. Het paadje, heet het bijna liefkozend bij de bewoners die er gebruik van maken. Het ontsluit de tuinen van een hele rij tussenwoningen aan de achterkant. Ons land kent veel van die achterpaden. Maar het onze is niet zo maar een paadje. Wij hebben een echt pad zonder verharding, waar onze kinderen nog konden knikkeren. Op een uitzondering na ontbreken de gebruikelijke gammaschuttingen. Sommige tuinen hebben geen of geen noemenswaardig hek dat hun tuin van de pad scheidt. Daardoor is het pad in zijn bijna 100-jarig bestaan geworden tot wat in stedenbouwkundig jargon ‘een spannende, groene verbinding in een smalle, parkachtige omgeving met een hoge natuur- en cultuurhistorische waarde’ zou kunnen heten.

Ik ben er blij mee, met ons paadje. Maar zie het maar eens zo te houden. Gisteren viel een enquête op onze deurmat. Aan een van de uiteindes van het pad zijn ’s avonds onbekende personen waargenomen. Ze probeerden binnen te komen bij de achterzijde van de plaatselijke supermarkt, die ook aan het pad grenst. Toen dat niet lukte probeerden ze het bij de tuin van het hoekhuis. Niet duidelijk is hoe vaak dit voorkomt. Deze bewoners en hun buren hebben nu op democratische wijze de mobilisatie in de buurt afgekondigd. Ze vragen wie er voor of tegen een toegangshek op deze plek is.

Ik ben niet blij met deze wapenwedloop. Ooit, bij de oplevering van onze woningen ruim voor de tweede wereldoorlog, stond er alleen een kort, manshoog muurtje als erfafscheiding tussen de woningen. Een laag hekje of een heg scheidde de achteruinen. De vrouwen konden een praatje over de heg maken, als ze op maandag de was ophingen. De bijgebouwtjes bevonden zich bij het huis. Achterin stond niets of alleen een laag hekje. Als de mannen met hun trommeltje achter op de fiets via het achterpad naar hun werk gingen, wist iedereen hoe laat het was. Zo troffen wij de tuinen aan toen we er eind vorige eeuw introkken.

Daarna sloeg de privatisering toe, zelfs bij huize de Thuistoerist. Schuren verplaatsen zich naar achter, er verschenen schuttingen en poorten. Op sommige plekken werd verlichting aangebracht, als bewapening tegen ongewenste bezoekers. Meestal was nog wel oog voor de charme van een groen en zo open mogelijk karakter van het achterpad. Maar een toegangshek?

Ik raak door zo’n buitenlamp van het pad, als ik ’s nachts door het paadje fiets. De verlichting ontneemt mij het zicht op de hemel boven mij en op het vervolg van mijn weg. Eén lamp is niet genoeg en vraagt om meer, anders is het onveilig. En één toegangshek vraagt om nog een toegangshek, want dan is het aan de ander kant natuurlijk weer niet veilig.

Huize de Thuistoerist is verdeeld. De vrouwelijke helft wil verharding, lampen en een poort. De mannelijke helft kan zonder. We hebben besloten het enquêteformulier te kopiëren, om de verdeeldheid aan de initiatiefnemers kenbaar te maken. Het belooft een lange, hete zomer te worden.

Schrijver: de Thuistoerist, 21-04-2014

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *